Hoezeer het hoogstaande in mij hongert
en de wil wacht
wijl niets om mij kommert
grijp ik de nacht
steenvast, helemaal alleen
ik was toen niet meer daar
daar waar de mens scheen
het was anders
rommelig in mekaar
een bende van ellende
leek het
rottig door elkaar rennend
krioelingen van de martelaar
in je hoofd zit er iets,
dat je rooft tot niets.
Marko Klomp ©1998
Moment Perdue, olieverf op doek, 90x120, 2003